In België bestaat er momenteel veel onduidelijkheid rond het auteursrecht. Het basisprincipe van het auteursrecht is weliswaar eenvoudig : ‘het is de gebruiker die moet betalen aan de auteur of rechthebbende.’ Wanneer je bijvoorbeeld perscontent raadpleegt of gebruikt, betaal je een kopieer- of leenkost aan Reprobel. Alle andere gebruiken (secundair auteursrecht) hangen af van de toestemming van de auteur. Voor dit hergebruik heeft persmonitoring Ammco met alle beheersvennootschappen in België een overeenkomst voor online, geschreven en broadcast content.
Zo is Copiepresse bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de controle op het hergebruik van artikels uit de Franstalige en Duitstalige pers, Media Argus voor de Vlaamse pers en de JAM voor Freelance journalisten. In totaal zijn er een dertigtal vennootschappen met elk een eigen naam, eigen tarifering maar allen onderhevig aan dezelfde wetgeving. Deze wetgeving dateert van 1994 en werd in 2005 ‘aangepast’ aan onze ‘informatiemaatschappij’.
En daar knelt het schoentje, want de huidige samenleving schreeuwt om een nieuwe wetgeving. In de huidige samenleving waar Twitter, Facebook, LinkedIn, en tal van andere social media niet meer weg te denken zijn, is deze wetgeving heel onduidelijk geworden. Vele gebruikers overtreden vaak zonder het beseffen de wet omdat ze ‘het niet wisten’. Online is het dan ook niet altijd even gemakkelijk om toestemming van de auteur te krijgen.
Daarnaast leidt de wetgeving vaak tot dubbelzinninge toepassingen. Zo werd Google News veroordeeld door Copiepresse voor het schenden van de auteursrechten van de Franstalige pers in België. Copiepresse wilde niet dat Google News de krantenkoppen vermeldde van de bij hen aangesloten edities. Door de krantverhalen te indexeren en te bewaren (in Google Cache) zou Google de auteurswet overtreden. De internetzoekmachine haalde prompt de internetadressen van zijn Belgische site. Maar het is precies via deze manier dat vele mensen informatie over een bepaald onderwerp zoeken of de weg naar bepaalde kranten vinden. Daarnaast vind je vaak bookmarks op krantenwebsites zodat lezers een bepaald artikel kunnen delen met anderen via email, Twitter, Facebook enzovoort. Enerzijds verbiedt men en anderszijds biedt men de mogelijkheid om artikels te delen. Begrijpen wie nog begrijpen kan.
Sarah Vandeweyer, Account Manager bij Ammco bevestigt deze onduidelijkheid alleen maar en de nood aan een aangepaste regelgeving: “Blogposts vormen onze grootste frustratie. De wetgeving is te onduidelijk, de tarifering verschilt per land en de beheervennootschappen hebben vaak geen voeling met wat er op internet afspeelt, laat staan met de opkomst van Web 2.0. Ondanks verwoede pogingen – Ammco klopte al meerdere malen aan, verstuurde aangetekende brieven en woonde ook een debat bij georganiseerd door Belgische IT-journalisten – blijven de beheersvennootschappen zich beroepen op de Wet op de Privacy. Maar waar is de privacy wanneer jouw blogpost, tweet of facebookstatus op het Internet voor meer dan een miljard gebruikers toegankelijk wordt?”
Vaak gaat het om de vergoeding die eraan vasthangt. Zo bijvoorbeeld haalt blogger Jesse Stay van blog Staynalive.com inkomsten uit de Google Adsense-advertenties die op zijn blog verschijnen. Maar in Google Buzz bestaat een functie waarmee de lezer de post te zien krijgt zonder advertentie. Google heeft dit ondertussen rechtgezet maar het wakkert de discussie alleen maar meer aan. De onduidelijkheid rond de auteurswet is niet langer houdbaar in onze huidige maatschappij en web 2.0-ontwikkelingen. Het wordt dan ook hoog tijd dat alle belanghebbende partijen rond de tafel gaan zitten en duidelijk op papier zetten wat mag en niet mag zodat conflicten vermeden worden.
{ 1 trackback }